(Verse 1)
Vier lange jaren onder felle halogeenlucht,
Kantoren van kluisjes, het geloop een koude zucht.
Een dienblad dat van tafel wordt geschoven, een lach die breekt,
Een kluisdeur hard geslagen — een echo die aan mijn ribben kleeft.
Fluisteringen als papier dat aan elkaar wordt gerold,
Hun namen slaan als munten, telkens hetzelfde cold.
De smaak van metaal in mijn mond bij elke traptreed,
Ik telde de seconden tot de bel, mijn hart vouwde zich in tweed.
(Pre-Chorus)
Ik leerde stil zijn, ademde zacht tussen de regels door,
Sliep wakker telkens om drie, luisterde naar woorden die nog snor.
(Chorus)
Stille wonden, geschreven in vier jaar tijd,
Fluisternamen op mijn huid, nachten vol geluid.
Toch leer ik mijn adem terugvinden, steen voor steen,
De stilte mag geweest zijn — maar ik ben niet alleen.
(Verse 2)
De kantine onder koud licht, bestek dat tikt als tijd,
Een rug die zich kromt om minder te zijn, een lege plek, een zij.
De leraar die niet ziet wat tussen de regels groeit,
Een briefje in mijn jaszak—‘ik zie je’—kleine stem, broos en mooi.
Slaaploze ochtenden met handen die trillen bij de wasbak,
Herhalen van hun namen als een grammofoonplaat, crack.
Maar één glimlach, één hand die bleef, bracht een spleet van zon,
Een afspraak met het loket, een eerste stap, klein maar begonnen.
(Pre-Chorus)
Ik leerde mijn adem te tellen, vier tellen in, vier tellen uit,
Een oefening in het donker — een draad terug naar mijn thuis.
(Chorus)
Stille wonden, geschreven in vier jaar tijd,
Fluisternamen op mijn huid, nachten vol geluid.
Toch leer ik mijn adem terugvinden, steen voor steen,
De stilte mag geweest zijn — maar ik ben niet alleen.
(Bridge)
Ik herinner me de keren dat ik niet naar school durfde te gaan,
De bus die vertraagde en ik telde de huizen één voor één,
Panik in de borst, gedachten als sirenes in mijn hoofd,
Soms voelde ik me leeg, alsof het leven mij belooft.
Maar ik leerde kleine daden: een berichtje, een deur open doen,
Een pen die woorden tekent, een kamer waar ik durf te boen.
Therapie als een venster dat langzaam weer licht laat vallen,
Ik leer mijn verhaal hardop zeggen, laat het niet meer in gangen knallen.
(Chorus - Build)
Stille wonden, geschreven in vier jaar tijd,
Fluisternamen op mijn huid, maar ik breek de stilte wijd.
Ik vind mijn stem tussen piano en strijkers, zacht en klaar,
Mijn adem vindt zijn maat weer — ik sta op, ik draag.
(Outro)
Vier jaar van schaduwen, ze vormen nu lijnen op mijn kaart,
Littekens als kaarten die herinneren — niet het einde, maar een start.
De gangen klinken nog na, maar mijn stappen zoeken ritme terug,
Stille wonden genezen niet in één dag, maar ik leer de weg, stuk voor stuk.